APOSTELVERHALEN
Enkele jaren geleden schreef dr. Lieuwe van Kampen een tekst over tweede- en derde-eeuwse apostelverhalen. Het is een voorbeeld van een exegetische benadering van een tekst die verschillende aspecten belicht en daarmee tracht een synthetisch beeld van de tekst te maken. Het beeld dat naar voren komt, is dat van teksten die op een letterlijk niveau een onderhoudend en soms spannend verhaal vertellen, en op een meta-niveau een geestelijke ontwikkeling beschrijven of een beschrijving geven van gebeurtenissen die zich op een ander werkelijkheidsvlak afspelen dan het materiële. De verhalen geven een beeld van de wijze van geloven in de eerste eeuwen. Spiritueel georiënteerde uitgeverijen vonden het manuscript te wetenschappelijk, wetenschappelijk georiënteerde uitgeverijen te persoonlijk getint.
Hieronder publiceren we het eerste hoofdstuk van dit manuscript, de rest kan via onderstaande links worden gedownload.
Vijf Apokriefe Apostelverhalen
Lieuwe van Kampen
1 INLEIDING
Wat zijn Apostelverhalen?
Vanaf ongeveer het jaar 150 na Chr. werden er verhalen geschreven over apostelen. In het Nieuwe Testament vinden we een verhaal van Lucas, de evangelist, over de lotgevallen van de apostelen. Dat verhaal is gebaseerd op historische gegevens en is rond het jaar 80 geschreven. Het ligt voor de hand te veronderstellen dat de latere Apostelverhalen door de Handelingen der Apostelen geïnspireerd zijn, deze misschien wel willen vervangen. Om die reden, en omdat ze over nieuwtestamentische figuren (lijken te) gaan, worden de Apostelverhalen apokrief genoemd. We spreken dan van nieuwtestamentische apokriefen, een benaming die langzamerhand vervangen lijkt te gaan worden door de benaming 'christelijke apokriefen'. Het is echter de vraag of de Apostelverhalen wel 'apokrief' zijn, dat wil zeggen of zij het Nieuwe Testament willen aanvullen of verduidelijken. De hoofdpersonen in de verhalen hebben in de meeste gevallen zo weinig gemeen met hun nieuwtestamentische naamgenoten dat men zich kan afvragen of de schrijver ons inderdaad wil laten denken dat het om dezelfde figuur gaat. Ik denk dat die gedachte nauwelijks meespeelde bij het componeren van de oudste vijf Apostelverhalen. Het was natuurlijk wel handig om een apostel als hoofdpersoon te nemen vanwege de 'publiciteit', maar dat is waarschijnlijk de enige reden. Niet dat de keuze van een bepaalde naam volstrekt willekeurig is, maar een directe relatie met de historische apostel van dezelfde naam is er niet. Wij verkiezen dan ook de neutrale benaming Apostelverhalen boven de gebruikelijke naam apokriefe Handelingen der Apostelen.
Verderop zullen wij nader ingaan op de vraag welke Apostelverhalen er zoal zijn, hier zijn nog enige woorden over het doel van dit boek op hun plaats. Dat doel is om het doel van die andere boeken, die verhalen te verduidelijken. Eerst is er een tijd geweest waarin deze verhalen om hun ketterse inhoud verboden en zelfs verbrand werden. Dat moge deels terecht geweest zijn (met name de Manicheeërs lazen de oudste vijf Apostelverhalen graag), althans in de ogen van diegenen die menen uit te moeten maken wat rechtzinnig en wat ketters is. Maar het tragische feit doet zich voor dat deze zuiveraars in de meeste gevallen slechts een zeer klein gedeelte van de verhalen zelf hadden gelezen (vaak ook slechts via-via), zodat die verhalen alle tezamen werden veroordeeld vanwege enkele passages uit één of twee ervan. In de tweede periode van de geschiedenis van de Apostelverhalen werden ze gewoon vergeten. In enkele afgelegen kloosters werd er soms nog wel een deel van een verhaal gelezen, bijvoorbeeld in een bloemlezing of een heiligenkalender (met name de Martyria die onderdeel van de verhalen uitmaken), en werd er zelfs nog wel eens een handschrift overgeschreven, maar over het geheel waren de verhalen uit het zicht verdwenen. Onze moderne, verlichte, tijd stoort zich minder aan oordelen van ketterij en in de vorige eeuw werden de Apostelverhalen dan ook (soms letterlijk) onder het stof vandaan gehaald, opnieuw uitgegeven en onderzocht; en soms ook gelezen. Het is echter de vraag of dat de verhalen goed heeft gedaan; ditmaal namelijk werden zij in feite opnieuw veroordeeld en wel als ouderwets, vervelend, saai, als stichtelijke (in de negatieve betekenis) praatjes voor de vaak geschreven voor simpele zielen. Het zouden samenraapsels zijn van onoriginele legenden die onder het volk de ronde deden. Zo werden ze wetenschappelijk bijgezet in het historische rariteitenkabinet.
Dit boek wil trachten te tonen dat de Apostelverhalen wel degelijk een eigen waarde hebben, gecompliceerder en geraffineerder zijn dan men vaak denkt, en best te lezen zijn, als ze maar serieus genomen worden. Dit betekent niet dat ik daarmee wil beweren dat er geen passages in zouden voorkomen die uiterst merkwaardig aandoen, niet alleen voor de twintigste-eeuwse geest, maar wellicht ook voor de tweede-eeuwse (hoewel je dat nooit helemaal zeker weet). De theologische wetenschap heeft de Apostelverhalen gemeten, gewogen en over het algemeen (theologisch) te licht bevonden; daarbij zijn echter niet alle aspecten van de verhalen in ogenschouw genomen. Men heeft de verhalen onderzocht als theologische tractaten in romanverpakking en ze vervolgens warrig en onsystematisch, innerlijk tegenstrijdig genoemd; onderzocht als romans en ze literair tweedehands genoemd; als stichtelijke volksliteratuur en ze kinderlijk genoemd; als verzamelingen legenden en ze mislukt en onbetrouwbaar genoemd. Hoge maatstaven zijn aangelegd, waardoor de verhalen steeds ondermaats bleken.
Aanvankelijk verging het mij net zo, moet ik bekennen. Maar op een gegeven moment ontdekte ik onvermoede lijntjes in de verhalen, verbanden die me niet waren opgevallen. Ik begon ze anders te lezen, niet meer als de toerist die van interessant thema naar bekend motief rent, maar als degene die sinds jaren in een stad woont zonder die stad nog echt te zien en die op zekere dag in een straat belandt die hij nog niet kent: hij ontwaakt, begint vanuit die straat de stad door te slenteren en ontdekt zijn eigen stad opnieuw, vanuit een geheel nieuw perspectief. Zo gaat het er bij een verhaal om dat je het niet met zoekcategorieën, mentale meetlatten, moet doorploegen, maar dat je het onbevangen van begin tot eind leest, je laat meeslepen door de loop der gebeurtenissen. Dus: legt u de uitgave van de vertalingen (in de redactie van A.F.J. Klijn uitgegeven bij Kok), en ook dit boek, niet op uw bureau en houdt u geen potlood binnen handbereik, maar zakt u achterover in de spreekwoordelijke fauteuil bij het haardvuur en lees.
De citaten van verschillende passages uit de verhalen worden gegeven in een eigen vertaling. Deze wijkt soms af van die in genoemde uitgave. De visie op de tekst en op de interpretatie ervan verschilt namelijk op sommige punten.
Vijf Apostelverhalen
De vele Apostelverhalen die er zijn, kunnen op verschillende manieren ingedeeld worden, maar de belangrijkste is de indeling in twee groepen, namelijk de vroege, oudste verhalen en de jongere. Om verschillende redenen kan men een scheiding aanbrengen tussen de vijf verhalen die in de tweede en derde eeuw (ongeveer tussen 150 en 250) geschreven zijn enerzijds (de Handelingen van Johannes, Petrus, Paulus, Thomas en Andreas), en de overige verhalen die vanaf de vierde eeuw geschreven zijn. Die redenen zijn literair-historisch, dogma-historisch en pragmatisch bepaald. Laten wij ons tot de belangrijkste reden beperken. Tussen de laatste van de vijf vroege Apostelverhalen (de Handelingen van Andreas of de Handelingen van Thomas) en de eerste van de jongere, de Handelingen van Filippus (einde vierde eeuw op z'n vroegst), ligt een historisch keerpunt. Dit veranderde, kort gezegd, de door de overheid vervolgde geloofsgemeenschap rond de gekruisigde Jezus in de door de overheid getolereerde (en soms geprivilegeerde), institutionele kerk van Christus de Overwinnaar. Verhalen moesten nu niet alleen aan literaire conventies, maar ook aan doctrinaire regels voldoen. De Handelingen van Filippus hebben met die regels weliswaar moeite, maar zij getuigen toch van een kerkelijke sfeer waarin het vestigen van de institutie de basis is van welke doctrine dan ook, terwijl de vroege Apostelverhalen die institutie ofwel niet vermelden ofwel secundair achten ten opzichte van het Godsgeloof en het redden van de ziel, waar het de schrijvers (verschillende van hen althans) om begonnen is.
Deze indeling betekent niet dat de vijf vroege Apostelverhalen een eenheid vormen. Zij zijn integendeel elk een uniek verhaal met een eigen opzet en intentie. Op welke wijze zij uniek zijn, zal uit de besprekingen blijken.
Voor de volledigheid zij nog iets gezegd over de jongere Apostelverhalen. Het eerste van deze groep, de Handelingen van Filippus, steunt in veel opzichten op de oudere, verschillende motieven zijn ontleend aan de oudste vijf. Ook qua omvang hoort dit verhaal tot de 'grote' Apostelverhalen. Het belangrijkste verschil is het onoriginele karakter wat de thematiek of de 'theologie' betreft; alles speelt zich grotendeels af binnen een kerkelijk, in ieder geval institutioneel, kader. Heeft dit verhaal ten opzichte van latere verhalen nog iets origineels, alles wat hierna is geschreven, wordt gestempeld door een hagiografische inslag. Dit laatste wil zeggen dat de hoofdpersoon beschreven wordt volgens een stramien dat bepaalde ideale karaktertrekken laat uitkomen, die hem of haar tot religieus voorbeeld tekenen voor de gelovige binnen een doctrinair kader. In tegenstelling hiertoe hebben de apostelen in de oudste verhalen niet een exemplarische maar een unieke functie binnen de lijn van het verhaal. Zij zijn vertegenwoordiger van hun God en soms zijn zij zelfs in hun rol in het verhaal te identificeren met hun opdrachtgever.
Naast de reeds genoemde Handelingen van Filippus kunnen we van de jongere Apostelverhalen nog noemen de Handelingen van Andreas en Matthias bij de menseneters, de Handelingen van Petrus en Andreas en de Handelingen van Barnabas.
Onderzoek
Dit boek is gebaseerd op een onderzoek naar doel en compositie van de oudste vijf Apostelverhalen, welk onderzoek uitmondde in een dissertatie over dit onderwerp. Wie geïnteresseerd is in een wetenschappelijke, exegetische analyse van de Apostelverhalen, zij daarnaar verwezen. In dit boek trachten wij de consequentie uit die analyse te trekken. Dit betekent dat wij de inhoud van de vijf verhalen zo trachten te presenteren dat de bedoeling ervan optimaal op de hedendaagse lezer overkomt. In plaats van dit boek kritisch te toetsen aan de besproken teksten en de historische feiten, wordt de lezer hier uitgenodigd de inhoud kritisch te ondergaan vanuit de vraag wat in deze verhalen nuttig kan zijn voor het heil van haar of zijn ziel. Daar gaat het immers de meeste schrijvers van de oudste vijf Apostelverhalen om, het redden van de ziel van de lezer uit de ellende van de goddeloze wereld.
In genoemde analyse heb ik op wetenschappelijk verantwoorde wijze zo goed mogelijk rekenschap afgelegd van mijn leeservaring. Na zo'n schriftelijke weergave blijft er een rest over van vragen, vermoedens, overtuigingen, die ontstaan zijn op grond van de omgang met de teksten, maar die niet passen binnen het kader van een wetenschappelijk werk. Daarover wil ik in dit boek iets vertellen. Als ik zeg dat de schrijver van de Handelingen van Petrus en Simon, ondanks enkele merkwaardige passages over het dopen van een beeld en de opwekking van een gedroogde vis, het licht van een diep mysterie heeft geschouwd, ben ik er van overtuigd dat dat zo is, maar zo'n uitspraak past niet in een wetenschappelijk kader.
Zo vindt de lezer in dit boek tweeërlei: enerzijds een presentatie van het resultaat van mijn onderzoek naar de vijf vroege Apostelverhalen, waarbij zoveel mogelijk een algemeen publiek voor ogen is gehouden, anderzijds een persoonlijke weergave van wat volgens mij het hart van deze verhalen uitmaakt. Beide zijn uiteraard aspecten van dezelfde zaak en zullen niet onderscheiden zijn. Ik hoop de lezer door een verrassende wereld van een wellicht onbekend, zeker oud, maar niet minder belangrijk geloof te leiden.
© 1995 L. van Kampen, Haarlem
- Download in Word 2000 format (288 Kb)
apoword.doc
- Download in Rich Text Format (266 Kb)
aportf.rtf